Image for post
Image for post

Ik droomde over je vannacht. Je was ziek, superziek, binnenkort-dood-ziek. Ik vond het erg en deed mijn best voor je. Niet echt voor jou, want jou doet het niets en ik houd me al jaren blissfully niet meer bezig met wat jij misschien van mij zou willen. Niet voor mezelf, want mij brengt het ook niets. Ik ben niet op zoek naar een verzoening, een boetedoening, een come to jesus moment. It’s been done, and I moved on.

Misschien deed ik het in mijn droom nog het meest for good ole’ time’s sake, misschien voor de mensen die van ons houden.

Ik weet niet meer precies wat er gebeurde, maar jij vertelde me weer eens haarfijn dat ik het verkeerd deed. Dat wat ik voor je probeerde te doen stom was, dat ik toch wel snapte dat dit stom was. Je lachtte me uit.

Net als vroeger.

In mijn droom reageerde ik niet zoals ik vroeger deed; gekwetst terugtrekken en daarna weer een voorzichtige poging om het nu wél goed te doen.

In mijn droom werd ik woest.

Ik was weggelopen maar stormde terug naar binnen, waar je lijkbleek en ziek bij een tafel stond, en begon tegen je te schreeuwen. Over waarom je nou nooit eens gewoon normaal kon doen, wie je wel niet dacht dat je was, dat ik godverdomme geen 31 was geworden voor shit zoals dit.

En jij stond daar, lijkbleek en ziek, ijzig en gesloten, en legde mij weer uit waarom wat ík deed verkeerd was. Waarom ík het anders had moeten doen.

Waarom ík anders had moeten zijn.

Ik bleef woedend, maar huilend werd ik wakker. Toch ineens weer dat meisje van vroeger.

Ik denk dat je geen idee hebt.

Jij weet niet hoe het mij gevormd heeft, gebaseerd op wie jij bent en hoe jij mij vertelde dat ik moest zijn. Hoe wat jij belangrijk vond als blauwdruk in mijn hoofd werd geïnstalleerd en hoeveel moeite het me heeft gekost om daarvan los te komen.

Ik denk niet dat je daar ooit een seconde over na hebt gedacht. Je zal in je hele leven überhaupt niet veel over mij hebben nagedacht, terwijl jij zo belangrijk voor mij was.

Ik vraag me af of het je ooit is opgevallen dat ik me vrij abrupt van je afsloot. Toen ik me van de ene op de andere zomer had beseft dat ik lang niet zo stom was als dat jij me altijd liet voelen, en dat ik me vooral afgekeurd, verdrietig en niet goed genoeg voelde als ik bij jou in de buurt was.

En dat er een hele wereld aan mensen in de wereld was die me wèl leuk, lief, mooi en aardig vonden. Helemaal prima zoals ik was. En dat die mensen ook niet altijd begrepen waarom ik zoveel van mijn tijd met iemand doorbracht die zo anders was dan ik, en me daarin elke keer opnieuw liet merken: Ja maar jij bent de verkeerde.

Als ik je nu zie, denk ik er nooit meer aan. Jij bent nu ook niet meer die persoon, en wie je nu ben neem ik niet meer kwalijk wie je toen was. Daarvoor is het te lang geleden.

We begroetten elkaar vriendelijk. Ik maak een praatje met je waarbij ik alle vragen stel en jij alleen maar antwoorden geeft. Een keer in de zoveel tijd, als ik toch weer gefrustreerd ben over het complete gebrek aan interesse wat ik terugkrijg, neem ik me voor om ermee te stoppen. Om net zo te zijn als jij. Niks meer te vragen, om geen kaartje of appje te sturen. Niet dat ik het veel doe, want om heel eerlijk te zijn interesseert jouw leven mij ook totaal niet.

Toch sta ik in een gesprek altijd versteld van hoe weinig je aan een ander teruggeeft. Dus denk ik een keer in de zoveel tijd: Ik kap ermee. Wat maakt het uit? Jij doet toch ook niks, denk ik dan? Waarom zou ik het dan doen?

Zo’n droom is misschien wel eens goed om af en toe te hebben. Het bracht me even terug naar een stukje van mezelf. Naar iets wat me nu geen pijn meer doet, maar wat misschien nog wel een stukje doorwerkt in mij.

Ik haat bullies die hun eigen onzekerheden verbloemen door in te hakken op anderen die misschien zachter en kwetsbaarder zijn. Ik zal geen enkele mogelijkheid onbenut laten om die types een toontje later te laten zingen, zeker niet als ik ze tegenover me heb op mijn werk.

Ik log meteen mentaal uit als ik merk dat iemand volledig op zichzelf gefocust is; dan weiger ik spontaan nog een poot uit te steken om indruk op iemand te maken. Ik kan net zo gedesinteresseerd zijn in een ander als ik inschat dat iemand dat ook is in mij.

Ik duld geen enkel iemand in mijn buurt die me gebruikt om zich aan op te trekken maar me wel kleineert en focust op mijn zwakke plekken. Als ik met twee mensen samen ben en de ene persoon maakt tegen de ander continu grappen over mij om zichzelf beter neer te zetten, ben ik snel weg en kom ik ook niet meer terug.

Bepaalde sociale dingen weiger ik nog aan mee te doen, omdat dat misschien dus wel teveel pijn doet voor dat stukje.

Ik ben open en lief, maar ik heb een fort van afstand om het diepste van mij heen getrokken dat maar voor weinig mensen toelaatbaar is. Ik geloof niet dat de hele wereld recht heeft op mijn oude pijn. Iedereen die bij mij naarstig op zoek is naar de diepe kwetsbaarheid, naar traumaatjes en themaatjes, die kan de tering krijgen. Daar werk ik zelf wel aan.

Dat oude, pijnlijke stukje van mij zit goed verstopt.

Dat onzekere, gekwetste meisje zit nog ergens onder die assertieve, conflictzoekende volwassen vrouw.

In schematherapie zou je het Het Gekwetste Kind en De Beschermer noemen.

Written by

Writer & Self help junkie (32) with two books (2018, 2020) in Dutch bookstores. Personal stories (Dutch) and miscellaneous other articles (English).

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store