Lianne heeft (dus toch) ADHD

Image for post
Image for post
Foto Mariet Mons

In 2015 raakte ik vier keer mijn OV chipkaart kwijt. Na al heel mijn leven alles kwijt te raken dacht ik er nauwelijks over na. Ik smeet gewoon vier keer twintig euro naar de NS en gebruikte een anonieme OV-chipkaart terwijl ik tussendoor wachtte op mijn nieuwe. Drie keer vond ik de oude gedeactiveerde OV kaart dan een paar weken later; die zat dan tussen een paar bladzijdes van een boek, in een raar vakje van een tas of slingerde ergens op een vloer rond.

Ik raak (bijna) nooit meer in paniek als ik iets kwijt ben. Daarvoor gebeurt het te vaak. Ik ga het zoeken, het duikt wel weer ergens op, en zo niet dan regel ik een nieuwe van wat het dan ook is.

Als kind had ik altijd een gulp open, mijn shirt binnenstebuiten, knoopjes op de verkeerde manier vast. Hoeveel ik er ook op gewezen werd door een zuchtende moeder of een lacherige vader, dat is nooit helemaal over gegaan. Ik voerde op mijn 26e godbetert een hele dag sollicitatiegesprekken met mijn nette blouse achterstevoren. Op mijn 31e ging er een tweet semi-viraal waarin ik liet zien dat ik de hele dag mijn broek achterstevoren aan had gehad.

Tijdens mijn scriptieonderzoek voor m’n master maakte ik een teringzooi van de proefpersoondata. Met het schaamrood op de kaken bekende ik aan de PhD-er bij wie ik het onderzoek deed dat ik niet meer wist van wie een paar setjes EEG-data waren doordat ik niet had opgelet met de vragenlijsten en de data opslaan. Tijdens mijn afstuderen maakte ze een grapje over dat ik in elk geval al helemaal klaar was om verstrooide professor te worden.

Ik werd geen verstrooide professor, ik werd studentendecaan. Werkdagen zitten strak in elkaar (afspraak, admin, afspraak, admin, soms een vergadering, afspraak, admin) met elke drie kwartier een nieuwe student voor je neus, een nieuw verhaal, een nieuwe casus, een nieuwe uitdaging. De perfecte combinatie van structuur en prikkels.

Ik kan met bijna elke ADHD-student die mijn kantoor binnenkomt meteen levelen. Zelfs toen ik er helemaal niet mee bezig was of ik zelf nou wel of niet had, snapte ik deze groep studenten voor m’n gevoel goed. Waar ze tegenaan liepen qua uitstelgedrag, mentale obstakels en het zo druk kunnen zijn in je hoofd.

Ik schrijf al jaren in sprints van 20 minuten. ‘s Ochtends 3 werken het beste. Als ik een deadline heb s’ochtends en ‘s middags 3 keer een Pomodoro. Sowieso hangt mijn leven aan elkaar van de Pomodorootjes. Opruimen, schoonmaken, schrijven, inbox leegmaken, to-do lijst afwerken: alles in een Pomodoro. Mijn brein is volledig getraind op 20 minuten.

Ik kan in die 20 minuten met focus teringveel werk verzetten. Ik denk snel, werk snel, schakel snel. Maar ik maak elke dag de energie die ik heb he-le-maal op. Ik val elke avond na een kwartiertje Young Adult lezen (anders ontspan ik niet) als een blok in slaap.

Een van de grootste redenen dar ik me in 2020 toch wilde laten testen was het grote extra project dat ik half 2019 op mijn werk erbij kreeg. Een project dat ik moeilijker en minder leuk vond in de praktijk dan ik had verwacht. Hoe goed mijn systeem ook werkt, als er iets nieuws bij komt, staat het hele ding ineens op losse schroeven. Zoals met dit project: mijn mailbox stroomde over, ik vergat andere dingen die ik moest doen en ik verzandde in uitstelgedrag en chaos.

Ik heb de luxe dat ik bijna alleen maar dingen doe die ik echt leuk vind en die me interesseren. Op moment dat ik (zoals ook normaal en doodlogisch is op je werk) iets moet doen wat minder leuk is, zie ik ineens meer dan een glimps van mijn ongeorganiseerde, snel-afgeleide chaos.

Wie ik ben met die tomeloze energie, maar wie hopeloos verloren zou zijn zonder to-do lijstjes, Passion Planner, inbox zero en de Pomodoro techniek.

En dus ging ik naar de huisarts om me door te laten verwijzen. Ik had uiteraard niet goed gekeken naar de drie mails over hun verhuizing, keek in paniek vluchtig op Google en fietste daardoor naar het goede huisnummer maar in de verkeerde straat en keek daarna ECHT goed en kwam hijgend 1 minuut voor mijn afspraak de praktijk inrollen. De huisarts had weinig meer nodig voor die doorverwijzing, dat snap je.

Ik had de doorverwijzing in januari al, maar toen kwam corona en was ik mezelf. Uiteindelijk ging ik pas 1 september kijken of ik ADHD had.

Ik ging er echt onbevangen (en eigenlijk heel naief) naartoe. Het maakte me namelijk niet uit wat ze zouden zeggen. Of ik had geen ADHD, of wel. Ik was hoe dan ook gewoon nog steeds dezelfde persoon.

Na een intake en een vragenlijst was ik wel een beetje geschrokken. Ook al had ik er zelf veel over nagedacht en ken ik vanuit studie en werk al veel van de karakteristieken en symptomen, toch kwamen er uit de intake en de vragenlijst veel dingen waar ik nooit over na had gedacht. Veel moeite hebben je mond te houden of je neiging tot praten te onderdrukken. Ongeduld op straat en langs alle andere mensen zigzaggen. Niet friemelen maar wel altijd met je handen praten en naar van alles kijken terwijl je praat.

Fuck, dacht ik ineens. Ik krijg straks echt de diagnose.

Toen kreeg ik de computertest. Een mini-afstandbediening in mijn hand en een eyemovementracker op mijn voorhoofd, moest ik 20 minuten (ha) gaan zitten klikken. Of nou ja, niet klikken vooral. De opdracht is namelijk alleen maar klikken als je hetzelfde figuurtje nog een keer in beeld verschijnt.

Ik vond het een draak van een test, maar ik had het idee dat ik het ‘normaal’ deed. Toen ik uit het hokje liep dacht ik: zul je zien dat ik neurologisch gewoon hartstikke normaal* ben en dat ik mezelf ADHD heb aangepraat.

“Volgens mij is die test namelijk voor iedereen vervelend en moeilijk,” zei ik tegen de psychiater, “dus ik denk niet dat ik het veel slechter heb gedaan dan een gemiddeld iemand.”

Hij moest lachen, en liet me de resultaten zien. Onomstotelijk, op papier. Gemiddeld werden er 8 fouten gemaakt, ik had er 20. Gemiddeld maken mensen 3000 oogbewegingen, ik 5000. Hoewel ik qua aandacht gemiddeld kon scoren (all hail Pomodoro), scoorde ik op hyperactivieit en impulsiviteit in het allerhoogste percentiel. Oeps.

“Gefeliciteerd,” zei de psychiater. “Je hebt ADHD. Gecombineerd type, matige vorm.”

Image for post
Image for post
TEAM ADHD

Ik wilde het weten, echt.

Na al heel lang het vermoeden, wilde ik eindelijk, linksom of rechtsom, weten of mijn brein nou significant functioneerde dan dat van de meeste mensen. Ik weet zelf namelijk niet beter dan mijn eigen brein: Druk, snel, vol en veel, bij tijd en wijle zo vol en veel dat er even niks uit komt. Maar ik kon zelf niet goed beoordelen of dat nou echt zo anders was dan anderen.

Nou ja, er is gelukkig een hele club met breinen zoals ik, maar het klopte dus wel. Het is wel anders dan bij de meeste mensen.

Van te voren deed ik er blasé over, het zou niets veranderen tenslotte. Ik ben gewoon Lianne. Het was alleen maar even een ‘ja’ of ‘nee.’

Zo simpel bleek het echter toch niet. Want niet alleen bleek ik ADHD te hebben, ik reageerde ook heel goed op ADHD medicatie. Met 5 miligram dexamfetamine was het alsof ik niet langer met 160 km p/u op ouwe banden over de weg scheurde, maar met een schappelijke 100 km p/u met goede banden door de wereld reed. Ik schrok me kapot van het verschil met mijn normale staat, en ook al functioneer ik ook met als snelheidsduivel goed, ik ervaarde het als prettig dat ik ineens gedachtes (en taken) in een keer kon afmaken.

En ineens werd dus ook ADHD medicatie een vraagstuk.**

Image for post
Image for post
Foto Mariet Mons

Ik ben blij dat ik het weet. Het verklaart een hoop, ik ben trots op alles wat me lukt met/ondanks/dankzij dat drukke hoofd en ik snap des te beter waarom mijn zwaktes zijn wat ze zijn. Dat is fijn.

Ik moet toch nog wel ff wennen.

Maar een ding is wel echt hetzelfde: ik vind mezelf nog net zo’n gaaf wijf als hiervoor.

*Neurotypisch en dus de norm die voor deze test wordt gebruikt, je snapt wel wat ik bedoel in de context van zo’n zin.

**Omdat hier natuurlijk iedereen een mening over kan hebben: Ik ben dit zelf aan het onderzoeken en ervaren. Ik heb er goed over nagedacht en omdat het een bepaalde rust geeft in mijn hoofd (rust, geen stilte) waar ik mogelijk wel wat aan heb ben ik het aan het uitproberen. Ik word op dit moment ingesteld op de juiste medicatie en dosis.

Written by

Writer & Self help junkie (32) with two books (2018, 2020) in Dutch bookstores. Personal stories (Dutch) and miscellaneous other articles (English).

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store