Random dag — 8:15, Rotterdam. Ik zit gefronsd naar een ingewikkeld mailtje te turen als er op mijn deur geklopt wordt. Ik kijk over mijn beeldscherm heen en er staat een student voor mijn neus. Bruine krullen, grote bruine ogen, een wenkbrauwpiercing. Hij kauwt nerveus op z’n onderlip.

“Zitten hier de studentendecanen?” vraagt hij.

Ik heb de frons nog op mijn gezicht van de mail. Doordat ik nog geen studenten had verwacht wordt de frons even iets dieper, en als decaan moeten we ook wel echt goed letten op onze beschikbaarheid; het is niet de bedoeling (en voor ons niet haalbaar) dat studenten hier in- en uitlopen zonder afspraak. Daarom hebben we elke schooldag tussen 10 en 12 inloopspreekuur: dàn kan het namelijk wel.

“Ja,” zeg ik, “maar volgens mij heb je geen afspraak. En mijn spreekuur begint echt pas om 10:00.”

“Nee, ik heb geen afspraak.” De jongen kijkt op zijn horloge. “Oh, en 10 uur is dus het inloopspreekuur pas…?” zegt hij halfvragend, en hij blijft een beetje vertwijfeld bij de deur schuifelen.

Ik ga ondertussen nog meer fronsen. Ik heb een hekel aan besluiteloos gedoe, ik moet ook echt even iets met dat mailtje en ik moet even adjusten dat ik met een student moet dealen terwijl ik normaal gesproken altijd een uurtje kan acclimatiseren voordat er live aanspraak op me wordt gedaan.

“Is het dringend?” vraag ik dan maar, terwijl ik achter mijn beeldscherm vandaan schuif en achteroverleun in mijn bureaustoel. “Weet ik niet,” aarzelt de jongen, “maar ik heb straks les en daarna moet ik weg.”

Ik rol nog net niet met mijn ogen. Ik heb het idee dat ik hem wel even moet spreken maar doordat hij het zo formuleert (en doordat ik me enorm kan ergeren aan aarzelen omdat dit NOG meer tijd kost) heb ik eigenlijk ook geen keus; als ik hem nu niet spreek, hoor ik het verhaal niet. Ik kan de irritatie niet helemaal uit mijn stem houden als ik zeg: “Nou, kom maar even zitten.”

We nemen samen plaats aan mijn spreektafeltje in de kamer, waar zo’n kek pannekoekenplantje opstaat en een letterbord met een domme quote die ik elke week verander. Ik noteer wat gegevens waarbij ik vrijwel meteen in mijn normale decanengedrag verval met mijn standaard opening, waarbij ik de student in de ogen kijk, glimlach en zeg: “Vertel.”

De jongen doet zijn mond open, aarzelt nog even een keer…en begint dan te vertellen. Binnen vier zinnen van het verhaal, voel ik nog niet niet het bloed uit mijn gezicht wegtrekken. This is some serious shit.

“Ik ben blij dat je even langs bent gelopen,” zeg ik als ik hem de hand schud na ons gesprek. Hij grijnst schuchter.

Als hij wegloop, doe ik mijn deur dicht en leun er tegenaan.

Ja, ik moet mijn tijd en prioriteiten bewaken.

Ja, studenten moeten onze tijd en beschikbaarheid respecteren (en dat doen ze echt niet allemaal vanuit zichzelf).

Ja, ons contact is altijd een combinatie van wat wijzelf doen en wat de student uitstraalt, doet en zegt; ik ben niet altijd de enige verantwoordelijke voor een stroef of niet-constructief gesprek.

Maar deze reminder dat studenten soms met hun ziel onder de arm bij ons aankloppen zorgt ervoor dat ik nu, ook bij elk onverwacht geklop op mijn deur als ik kan mijn frons van mijn gezicht aftrek, en met een voorzichtige glimlach opkijk.

Misschien kan ik dan op dat moment niet meer geven dan een warm welkom, maar een warm welkom kan het verschil maken voor iemand.

Omdat mijn werk van me vraagt dat ik alle casussen vertrouwelijk behandel (en ik dat met zoveel mogelijk oprechtheid en integriteit ook waarborg ook al zeg ik wel eens wat over ze) heb ik de studenten volledig geanonimiseerd maar geprobeerd het essentiele aan hen en aan ons contact te vangen.

Written by

Writer & Self help junkie (32) with two books (2018, 2020) in Dutch bookstores. Personal stories (Dutch) and miscellaneous other articles (English).

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store