Over strengheid en schaamte

Image for post
Image for post

Een van de dingen die niet specifiek in mijn nieuwe boek staat maar waar ik inmiddels helemaal achter ben, is dat ‘streng zijn voor mezelf’ mij totaal niet verder helpt.

Waar ik jarenlang probeerde mezelf te verbeteren door mezelf strikte regimes op te leggen, en nog harder te zijn voor mezelf wanneer dat niet natuurlijk niet perfect ging, kwam ik er met mijn gewoonteveranderingsboek achter dat het gewoon echt niet mijn weg is. Ik kom daarmee niet verder, ik bereik daarmee nooit wat ik wil. Ik maak mezelf daarmee verdrietig, gefrustreerd en dat zijn de twee gemoedstoestanden waarin ik geen millimeter vooruit kom, op geen enkel gebied. Het helpt mij niet.

Dankzij Dingen Anders Doen ben ik met een totaal open blik naar mijn eigen gedrag gaan kijken. Alles is oefening. Het is nooit mislukt, want het is een continu proces waarbij ik steeds leer, train en bijschaaf. Ik voel me nooit gefaald, want ik mag altijd door met proberen. Alles is goed, en ik ben nooit mislukt.

Ik vlieg eigenlijk al mijn gewoontes met een volledige mildheid aan. Lukt het vandaag? Hartstikke fijn. Lukte het vandaag, dit uur, zojuist niet? Geen probleem, dan lukt het morgen, over een uurtje, bij de volgende Pomodoro, bij de volgende sportles.

Ik doe nu alles beter dan vroeger, juist doordat ik die strengheid helemaal heb losgelaten. Als ik mezelf ergens toe moet zetten, doe ik dat met een melodramatische zucht, een epische Spotify playlist of een beloning in de nabije toekomst. En als het niet lukt dan is het ook niet erg.

Alles is oke. Ik ben niet meer streng voor mezelf, en daardoor gaat eigenlijk alles beter.

Maar oh, voor dat meisje dat ik vroeger was?

Voor haar ben ik in mijn hoofd altijd zo streng.

Er is iets aan mijn eigen kindzijn dat een bepaalde weerstand in me oproept.

Ik heb dat altijd al gehad. Ik vind mezelf tot mijn tweede wel schattig maar daarna wil ik dik 10 jaar niks meer met mezelf te maken hebben. (En daarna is mijn puberteit die weer genant is voor allerlei andere redenen.

Ik denk niet graag aan de jongere versie van mezelf. Ik denk dat ik me voor haar schaam.

Ik denk namelijk vooral aan de eigenschappen die ik heb waarvoor ik me heb leren generen in die periode.

Eigenwijs. Eigengereid. Egoïstisch. Snel afgeleid. Druk. Clownerig. Wilde in de aandacht staan. Bewijsdrang. Laten zien hoe slim je bent, hoe je goed je bent. Overdreven maar ook verlegen. Nerdy. Niet-cool. Tegelijkertijd na een paar uur bij familie doodmoe en ongezellig. Van het een op het andere moment klaar met eten, met kletsen, met de kringverjaardag.

Als ik denk aan de kindversie van mezelf, denk ik vooral aan alle momenten waar ik me voor schaam.

Dat ik baldadig de koelkast bij iemand thuis opendeed en onwijs op mijn donder kreeg van de vader van mijn klasgenootje, omdat dat superonbeleefd was. Dat ik een verhaal verzon over hamsters in de klas om iedereen aan het lachen te maken en later moest vertellen dat ik had gejokt. Dat ik een jongetje die ik leuk vond heel indringend aan ging kijken tijdens een koor-repetitie bij een kinderen-voor-kinderen liedje over verliefd zijn. De grote Barbiesticker van mijn nichtje uit het stickerboekje halen en opplakken, terwijl ze die wilde bewaren. Op vakantie ruzie krijgen met een meisje die je verteld dat “je loopt als Whitney Houston” (uit de hoogte bedoelde ze volgens mij). Dat ik vertelde op school dat ik ClassicFM leuk vond en werd uitgelachen.

Schaamte is een overweldigend sterke emotie, die van alle emoties misschien nog wel het meest effect heeft op ons gedrag. Schaamte vormt ons. Door schaamte leren we wat er acceptabel is om wel en niet te doen, schaamte leert ons om te gaan met onszelf, anderen en de wereld.

Op zich is er niks mis met schaamte, en is dat dus nuttig.

Maar waarom voel ik als volwassen vrouw bijna alleen maar schaamte over wie ik was als kind?

Waarom voel ik een soort gene, een soort strengheid richting het meisje dat ik was?

Alsof ik het beter had moeten doen, geen fouten had mogen maken, geen beschamende dingen had mogen doen? Alsof ik toen al had moeten weten wat ik door mijn opvoeding, ouder en wijzer worden uiteindelijk heb geleerd? Alsof dat had gekund?

Aan welke lat meet ik dat meisje, dat kind? Dat doodnormale, opgroeiende kind?

Het lijkt soms alsof dat gevoel van schaamte al mijn andere herinneringen en gevoelens wegdrukt. En dat vind ik toch best wel sneu. Voor mezelf nu, maar ook voor het -KOMT TIE JONGENS- “mijn innerlijke kind” (!!!!).

Want er was helemaal niks mis met dat meisje.

Ook niet toen ze die “stomme” dingen deed of meemaakte. Ook niet toen ze jokte, een sticker van iemand pikte, toen ze eigenwijs was. Dat meisje was ook gewoon maar aan het leren hoe zich te verhouden naar de wereld, hoe om te gaan met anderen, hoe haar eigen persoontje te worden.

Dat meisje was lief, en creatief. Dat meisje zat uren achter haar typmachine en later computer te typen, tot haar vingers koud waren. Dat meisje deed niets liever dan haar moeder aan het lachen maken. Dat meisje had een rijke fantasie, praatte graag, zong graag. Dat meisje mocht haar knuffel mee naar de kerk omdat ze ging huilen van orgelmuziek (geen idee, werd ik blijkbaar emo van). Dat meisje vond het fijn om haar dekbed dubbel te vouwen en dan daarin te gaan liggen slapen, opgekruld in een half zo klein warm vierkantje van dekens.

Image for post
Image for post
Image for post
Image for post

Een meisje met grote ogen, grote dromen, af en toe een grote mond. Dat meisje groeide uiteindelijk op tot mij.

Is dat nou echt iets om me zo voor te schamen?

Written by

Writer & Self help junkie (32) with two books (2018, 2020) in Dutch bookstores. Personal stories (Dutch) and miscellaneous other articles (English).

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store