Een Productieve Dag Uit Mijn Leven

Image for post
Image for post

15 augustus, 11:00, Den Haag. Dit is mijn laatste vrije week voor ik weer ga werken, en woensdag: alweer halverwege. Ik zit dus te bedenken wat ik allemaal nog moet doen vandaag om die tijd nog goed te benutten.

Ik moet sowieso de keuken nog opruimen. Leuk hoor, een fantastische cheesy pasta maken met aubergine en ansjovis, maar niet als je alles laat aankoeken. Eigenlijk moet ik ook de vaatwasser uitruimen en een wit wasje draaien. Ik heb ook nog een zak oude kleding om in de Leger des Heils container te gaan gooien, trouwens.

Ik moet ook nog steeds de shownotes maken van de vorige Self Help Hipster podcast aflevering; morgen nemen we tenslotte de nieuwe op. En ik moet ook gewoon uberhaupt weer eens wat artikeltjes gaan schrijven. Nu mijn boek af is kan ik dat niet meer als excuus gebruiken dat ik nooit meer wat op mijn blog pleur. En volgende week als ik weer in het werkritme kom is het ook geen prioriteit, dus beter nu.

Ik zit achter mijn bureau te bedenken wat ik ga doen als de vriendin met wie ik ‘smiddags heb afgesproken appt om de date te verplaatsen.

Fijn, nu heb ik alle tijd om al die dingen te doen, denk ik nog.

…En toch pak ik mijn autosleutels, pak ik het zakje koekjes dat ik bij mijn favoriete banketbakker heb gehaald en rijd ik naar het dorp waar mijn opa’s en oma’s wonen.

15 augustus 11:30, Pernis. Mijn opa doet open als ik aanbel. Hij was vroeger de langste, grootste man die ik ooit had gezien, nu is hij 90 en zijn we even groot. Hij hoort me niet goed maar dat maakt niet uit; knuffelen werkt ook zonder geluid. Mijn oma straalt als ik binnenkom.

Ik drink koffie mee en we kletsen. Een neef uit Canada heeft een kindje gekregen. Ik was met Vincent in Vlissingen. Hoe het met mijn moeder is. Ik kijk onderwijl naar ze, mijn grootouders, de ouders van mijn vader. Ik zie precies waar hij vandaan komt: de mimiek van mijn oma, de zorgzaamheid van mijn opa. “Wat fijn dat je er bent,” zegt mijn oma honderd keer. Mijn opa vraagt honderd keer of ik nog honger heb als ik meelunch, of ik nog kaas of melk of een stukje fruit wil.

15 augustus 13:30, Pernis. Ik loop het bejaardentehuis in. Voor het eerst neem ik de lift naar boven, naar de gesloten verdieping. Mijn andere opa, mijn lieve, rustige opa, die sinds 2 maanden de diagnose Alzheimer heeft, woont sinds een maand hier.

Ik stap de lift uit en ik zie hem meteen: Voorovergebogen over zijn rollator. Ook hij is nu kleiner en magerder dan ik me hem herinner; zijn broek is te groot en zakt af. Hij ziet mij ook en hoewel verrast, herkent hij me.

“Dag lieverd!”

“Ha opa,” zeg ik.

“Het is een mallemolen hierboven,” zegt hij tegen me, zijn hoofd aantikkend als we op zijn kamer zitten.

Zijn ogen staan helder als hij zegt: “Kind, wat ik de afgelopen weken heb uitgevreten, dat is niet best.” Ik denk dat hij het heeft over het vallen (hij vergeet zijn rolstoel of rollator te gebruiken), de onrust omdat hij niet weet waar hij is, het s’nachts uit bed gaan.

Hij wil vervolgens weten of ik een tram- of buskaartje voor hem heb want hij moet naar een kerk in Hillegersberg. En eten in de Arena. Ik beloof dat ik zo in mijn tas zal kijken. Hij vraagt of hij met me mee kan rijden en of ik kan kijken of zijn rolstoel mee kan. “Maar we zitten hier toch nog wel ff goed, opa?” pareer ik.

“Ja, dat is ook zo,” zegt hij.

Ik vertel over andere opa en oma, over het huis van mijn broer, over Vincent. Opa luistert en kijkt naar mijn gezicht. Als ik een grapje maak, herhaalt hij het grapje. Het lijkt wel alsof hij nog even zeker wil weten dat hij het snapt. Als ik knik, lacht hij. We zitten samen voor het raam, en opnieuw zegt opa iets over zijn hoofd. Dat hij zijn best doet maar dat het verward is.

“Dat geeft toch niet, opa. Het gaat nog best aardig,” zeg ik geruststellend.

Dan komt mijn oma de kamer binnen. “Heb jij een kleinkind op bezoek?” zegt ze lachend terwijl ze mijn opa kust. Mijn opa kijkt haar aan en vraagt heel lief hoe het met haar gaat. “Goed! Nu ik jou zie, helemaal.” zegt mijn oma, zijn hand goed vasthoudend.

Terwijl we met zijn drietjes zitten, zie ik mijn opa moe worden. Ik zie verschillende gezichtsuitdrukkingen razendsnel wisselen, en mijn hart breekt als ik heel even een paniekerig verdriet waarneem. Mijn oma is lief en vrolijk, en zit zo dichtbij hem als maar kan.

Ik wil ze niet langer vermoeien, dus ga naar huis. Ik geef ze allebei een dikke knuffel. Opa vraagt of ik mijn moeder ook ga ophalen. “Alles onder controle,” zeg ik, want dat heb ik van mijn moeder geleerd te zeggen als opa bezorgd is over van alles.

Ik loop door de gezamelijke huiskamer naar de trap, langs een vrouw die heel hard kerkliedjes zingt en twee mensen die in fauteuils een tukkie zitten te doen. Biddend dat er geen andere mensen met me mee willen naar beneden, toets ik de code in voor het trappenhuis en trek de deur goed achter me dicht.

15 augustus 15:30, Den Haag. Thuis zet ik een kop thee en denk ik aan ze. Mijn opa’s en oma’s. De mensen die mijn ouders hebben grootgebracht en tot de lieve, rustige en warme mensen hebben gemaakt die ze nu zijn.

Waar ik het eerste kleinkind was, bij de andere het derde. Bij wie ik zoveel nachtjes heb gelogeerd, waar ik ben verwend met snoepjes en Donald Ducks en rijksdaalders voor mooie rapporten.

Bij wie ik altijd welkom ben geweest, ongeacht hoe oud ik ben. Bij wie ik nog steeds welkom ben, ongeacht hoe oud zij zijn.

Mijn ene oma die zo voor me heeft gebeden dat ik een goede man zou vinden* (lol). Mijn andere oma die zo trots is dat ik schrijfster ben. Mijn opa die me vroeger al meenam naar de bibliotheek in Rotterdam. Mijn andere opa bij wie ik achter het orgel mocht en zo een beetje muzieknoten leerde.

15 augustus 16:40, Den Haag. Ik moet over een uur weg en heb geen enkel ding op mijn to-dolijstje gedaan.

Maar zo’n dag als deze kijk ik op terug als de meest nuttige, belangrijke dagen die ik heb.

Image for post
Image for post
Was verdrietig en toen kwam de kleine zwart-witte draak even kroelen en verharen op mijn zwarte broek.

Nu we het toch hebben over opa’s en oma’s: Natuurlijk zien ze ons het liefst face-to-face, maar wat ik sowieso probeer 1–2 keer per maand te doen is een OmaPost Kaartje te sturen. Dat vinden mijn opa’s en oma’s ook superleuk, en de jouwe misschien ook wel! Over die app en hoe dat werkt lees je hier meer.**

*En die nu bidt dat we gaan trouwen, want ik moet die goeie man van mij wel vastleggen natuurlijk.

**Dit is GEEN ad, affiliate of sponsored content of iets remotely resembling that. Ik houd gewoon superveel van mijn opa’s en oma’s en ben een beetje emo over het feit dat ik ze alle vier nog heb op mijn dertigste en ze (altijd) te weinig zie. Ik vind die app geweldig om contact te leggen en te houden.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store