Drie jaar als studentendecaan

Image for post
Image for post
Image for post
Image for post
September 2018 versus februari 2020

Mijn werk is leuk, bizar, vermoeiend, verbijsterend, hilarisch en bij tijd en wijle hartverscheurend. Een stukje over de afgelopen drie jaar.

Toen ik op deze functie solliciteerde, zat ik in een vrij onzekere positie.

Ik was net weer een haf jaar aan het werk, gereïntegreerd als studieadviseur bij een andere faculteit. Mijn driejarige contract bij de Erasmus Universiteit (dat kon nog in de tijd dat ik dat contract tekende) zou eind augustus aflopen en ik wist twee dingen heel zeker: Ik wilde zelf van werkgever wisselen èn ik zou geen vast contract krijgen bij de faculteit waar ik net weer werkte. Niet omdat ik geen goede nieuwe collega was, maar terugkomend van een overspanning in een club nieuwe mensen zat dat er gewoon niet in. Ik zou in september òf een nieuwe baan hebben, òf werkeloos zijn.

Ik keek rond en reageerde op functies, maar alleen als ze me echt wat leken. Ik solliciteerde op een functie bij de International Office van Universiteit Leiden, maar daar werd ik het niet. Dat vond ik ook wel best, want de functie was achteraf ook veel te administratief voor dit drukke hoofd.

Toen viel mijn oog op de vacature voor studentendecaan op de Hogeschool.

Ik wist niet of ik het zou worden, maar wat ik wel zeker wist bij het lezen van de vacature? Ik had letterlijk alles in huis wat ze zochten. Ik kon alles afvinken wat in de vacature stond. Afgeronde opleiding, kennis over hoger onderwijs, gespreksvoering, ervaring met stevige problematiek onder studenten. Alles wat er stond kon ik vervolgens aanwijzen in mijn CV.

Ik voelde het ook gewoon: Ik heb alles wat je nodig hebt om dit werk te doen. Maar goed, dat wil natuurlijk niet zeggen dat je de baan krijgt.

Ik schreef een goede brief, probeerde mezelf goed over te brengen in de speeddatesollicitatie. Toen ik op basis daarvan naar de tweede ronde mocht, ging ik het gruwelijk vermoeiende laatste stuk in: anderhalf uur met twee rollenspellen, een nabespreking en nog een gesprek.

Ik liep weg van het laatste gesprek, bijna scheel van vermoeidheid, belde mijn moeder en zei: “mam, ik denk dat ik het goed heb gedaan…maar ik weet gewoon niet of ze me willen.”

Dit tot grote verbazing van een van mijn nu-collega’s die bij het gesprek was, die mij de week daarna belde om te vertellen dat ik de baan had. “Echt niet?!” vroeg ze stomverbaasd. “Dit had je toch wel verwacht?”

“Nee,” zei ik, “maar ik ben wel SUPERBLIJ.”

En zo begon ik, keurig netjes de dag nadat mijn contract afliep bij de Erasmus Universiteit, aan mijn nieuwe baan als studentendecaan bij de Hogeschool.

AlSoF hEt Zo hAd mOeTeN zIjN he, mensen.

Samen met de twee andere nieuwe decanen, met wie ik door dat jaar heen ook een mooie band opbouwde, werd ik in een uitgebreid inwerkprogramma gegooid.

Ik leerde over het reilen en zeilen binnen de hogeschool, over oplossingsgericht coachen, over particuliere fondsen en over hoe wij studenten en opleidingen proberen te ondersteunen en begeleiden.

Ik liep mee op alle locaties om in elke keuken te kijken, volgde cursussen over DUO en over hogere onderwijs wetgeving. Ik kreeg een locatiecoach waarmee ik nog steeds een waanzinnig goede band heb, en ik leerde de opleidingen en mijn collega’s op mijn locatie goed kennen. Ik keek eerst veel mee met gesprekken, en ging toen zelf studentengesprekken doen.

Ik vond het heerlijk. Soms lastig en een beetje spannend, want sommige studenten willen iets bij je halen wat niet kan, maar ik kon er vooral heel goed mijn ei in kwijt. Het graag coachen, luisteren, adviseren, troosten, aan het lachen maken.

En nog wel het mooiste: zelfs ten tijde van de drukste periodes en de lastigste casussen was ik gelukkig.

En door alles wat ik de jaren daarvoor had meegemaakt, was ik bijna niet van mijn stuk te brengen. Ik bleek stevig gegroeid in professionele afstand, werk op je werk laten en voelde me het hele jaar door weer mijn normale, bevlogen zelf. Waar vroeger persoonlijkheidsproblematiek van een ander behoorlijk onder mijn huid kon kruipen, schudde ik het makkelijk(er) van me af.

Zoals gepland werd mijn contract verlengd met een jaar.

Image for post
Image for post

In 2018–2019 veranderde de teamopstelling: Mijn locatiecoach ging weg, en er kwamen twee andere collega’s voor haar in de plaats. R., met wie ik tegelijkertijd was aangenomen, en D.

Dat was wennen.

Ik schreef al eerder een stukje over het grote verschil dat ontstaat wanneer je mij in een kamer zet met een rustig en zelfverzekerd iemand, of iemand waarbij ik het idee krijg dat IK iets moet gaan fixen om iemands onzekerheid weg te nemen. Tussen D. en mij werd dat verergerd omdat D. ontzettend druk gaat doen als ze zich niet op haar gemak voelt, en ik juist verander in een ijskoud mormel met mijn stekels uit. Een beetje uitsloverij om mijn eigen ongemak te verbloemen is mij ook zeker niet vreemd, maar toch kan ik daar bij andere mensen soms heel heftig, bijna vijandig op reageren.

Het mooie aan D. is echter wel dat ze mij veel beter kon incasseren dan ik haar. Toen ik een complete meltdown had in haar kantoor omdat ik zoveel had opgekropt, pakte ze gewoon mijn handen en ging ze begripvol zitten luisteren. “Ik vind je echt hartstikke aardig en ik weet ook niet wat er gebeurt,” riep ik gefrustreerd en grienend, “maar DIT is hoe ik me voel.”

Stukje bij beetje kwamen D. en ik wel verder. D. en ik staan allebei wel open voor feedback, gesprekken en een beetje meeting-in-the-middle. Het allerbelangrijkste was gewoon dat er vertrouwen tussen ons kwam. En vertrouwen heeft tijd nodig om te groeien. Veiligheid bleek een belangrijk thema voor ons allebei.

Mijn favoriete moment was toen ze mijn kantoor in liep om een vraag te stellen, ik haar halverwege onderbrak omdat ik dacht het antwoord al te weten (sorry, ik ben een vreselijk iemand maar daarover later meer) en zij mij ook weer meteen onderbrak met “LIAN LAAT ME EVEN MIJN VERHAAL AFMAKEN!”

Terecht, dus ik klapte meteen mijn smoel weer dicht en moest lachen. Dat had ze aan het begin van onze samenwerking nooit gedaan. Toen wist ik: jij en ik komen er wel.

Ik had het hele jaar lang prachtige en frustrerende gesprekken met studenten. Ik werd ook steeds beter in confronterend coachen, en hoewel ik nooit had verwacht dat het mijn stijl is, bleek het me goed te liggen. Een beetje prikken doet soms meer deugd dan altijd maar aaien.

Ik deed voorlichtingen, zat bij vergaderingen, en gaf af en toe boekentips aan collega’s of studenten. Dat laatste doe ik alleen wanneer het wordt gevraagd, en ik stuur ook geen eigen boeken of artikelen door. Wie het op eigen houtje vindt, mag het van mij allemaal lezen, maar ik ben op de Hogeschool een studentendecaan, geen blogger of schrijver. De studenten van wie ik ECHT denk en voel dat ze mijn boek kunnen gebruiken, krijgen die van mij. Dat gebeurt tot nu toe ongeveer 2 a 3 keer per jaar.

Ik heb gierend van de lach in ‘het decanen-gangetje’ gestaan met mijn collega’s en weer heel veel geleerd.

Ik deed een cursus Visual Coaching (heb ik schandalig weinig mee gedaan nog), de 113 Gatekeeper training. Bij een teamdag, waarbij de trainer consequent mijn naam verkeerd schreef omdat hij zag hoe fucking irritant ik dat vond (sorry, ik heb een ego) leerde ik ook veel over mijn eigen kracht en zwakte.

Ik bleek in de voorgaande twee jaren een goede decaan en collega, en ik kreeg dus in juni 2019 te horen dat ik inderdaad, zoals beloofd na twee goede jaren, een vast contract.

Mijn eerste vaste contract. Daar is champagne op gedronken.

Image for post
Image for post

Ik ben het eerste half jaar ontzettend geconfronteerd met mijn eigen tekortkomingen.Ik werk hard, goed en snel, maar…ik kan ook een nachtmerrie van een collega zijn.

Ik ben soms fucking ongeduldig, en ik heb geen zin in gezeik. Ik vind andermans ego en alle voorgeschiedenissen van mensen met elkaar, met thema’s, met onderwerpen, oprecht doodvermoeiend.

Als ik vind dat collega’s overgevoelig zijn kan ik daar weinig sympathie opbrengen. Sorry, ik zit hier niet om de gevoelens van volwassenen te managen; er moet gewoon gewerkt worden. Ik wil direct kunnen zijn, en niet alles moeten inkleden in precies het juiste toontje.

Ik rol met mijn ogen wanneer er weer allemaal onnodige vraagtekens en zorgen worden gezet bij een plan wat gewoon uitgevoerd moet gaan worden. Ik ben er niet trots op, maar ik heb een keer door een vergadering heen geblaft omdat ik het zat was dat collega’s die ergens niks mee te maken hadden zich achteraf nog gingen bemoeien met een allang gemaakte beslissing.

Truly, I’m not as cute as I seem on Instagram.

Ik kan ook best wel hard zijn tegen mijn studenten. Ik doe alles voor ze dat ik kan, maar ik pamper niet, ik zeg “nee” en “ik denk niet dat dit een goed idee is”. Ik wijs op eigen aandeel, op nuance en op proactieve, eigen verantwoordelijkheid. Hoe irritant het misschien ook is dat je docent niet heef gereageerd op je mail, als JIJ iets van haar nodig hebt en jij mailt zelf niet nog een tweede of een derde keer of zelfs een vierde keer om het voor elkaar te krijgen, dan ligt het feit dat je nog steeds een probleem hebt (vooral) aan JOU.

Ik kan soms eerst even flink uitvaren als ik vind dat iemand iets doms heeft gedaan, ergens te laat mee komt, en vooral: zich niet aan afspraken heeft gehouden.

Daar trigger ik heel hard op. Ik kan woest worden als een student zich niet aan gemaakte afspraken houd, omdat ik die afspraken met een reden met iemand maak: zodat ik mijn werk goed kan doen, en diegene het beste geholpen kan worden.

Tegelijkertijd weet ik ook wel dat het leven een stukje ingewikkelder is dan dat, en dus kalmeer ik ook altijd wel weer snel.

Ik moet er vooral op letten, omdat niet elke student zich realiseert dat ze me mogen aanspreken op wat ik doe en zeg. Als ik een student spreek, gaan we in mijn ogen een werkrelatie aan. In die werkrelatie mag er open en eerlijk gecommuniceerd worden, en mag de student ook tegen mij zeggen wat ik fout doe.

Ik vergeet alleen soms een beetje dat het voor mij veel makkelijker is om een 18-jarige aan te spreken op zijn gedrag dan dat het voor die student is om een volwassen vrouw in een hogeschoolfunctie aan te spreken. Zeker als die vrouw bij tijd en wijle een beetje streng en pittig is, met een ik-lust-je-rauw houding.

(Wat helemaal niet zo is, want ik ben stiekem echt een zachtgekookt eitje, alleen dat vertellen we natuurlijk aan niemand.)

En nu, in het tweede half jaar en in de totally normale times, waarbij ik studenten alleen maar telefonisch en via Teams spreek, let ik daar dan ook extra goed op.

Ik ben zachter, iets meegaander, iets flexibeler. Ik geef meer ruimte, ik probeer nog beter te luisteren. Ik zeg het nog steeds als iets me niet zint, als ik beter van ze wil, als ik het niet met ze eens ben, maar ik blaf en bijt wat minder snel. Ik neem meer de tijd om een relatie op te bouwen voordat ik dat confronterend coachen inzet. Zeker omdat het nu aan de telefoon of via beeldbellen nog belangrijker is om de human connection te blijven voelen met elkaar, blijf ik dat doen.

Image for post
Image for post

Ik ben te lang blijven zitten op mijn vorige baan, en dat doe ik nooit meer. Dus elk jaar, aan het einde van elk collegejaar, ga ik mezelf de kritische vraag stellen of ik het nog leuk genoeg vind. Of ik oprecht weer een jaar vol energie dit werk ga doen.

Tot nu toe is het voor elke zomervakantie een volmondige ‘JA’. Deze baan heeft alles wat ik nodig heb, en wat ik leuk vind. Er zit zowel megaveel structuur (mail, afspraken, administratie) in als veel uitdaging. Door alle verschillende gesprekken, het snel moeten werken en moeten schakelen tussen verschillende partijen en werkzaamheden verveel ik me geen moment.

Ik ben stapeldol op mijn collega’s (ja echt), de studenten en de werkomgeving. Hoewel het thuiswerken me is meegevallen mis ik de Hogeschool en daar zijn heel erg. Ik hoop dan ook in 2020–2021 in elk geval weer af en toe ‘op de zaak’ te kunnen werken maar ik hoop vooral nog lang dit werk te doen met zoveel plezier als nu.

Niet alleen dat, ik leer in dit werk zo ontzettend veel. Over mensen, over hoe ze in elkaar zitten, wat ze willen, hoe ze met elkaar omgaan. Hoe ingewikkeld we zijn, maar toch ook niet.

En niet in de laatste plaats, leer ik binnen dit werk ook elke dag over mezelf.

En voor een zelfontwikkelingsjunk zoals ik? Is dat het mooiste wat er is.

Image for post
Image for post
Het irritante fotootje dat ik van de week opstuurde als reminder :’) — deze donderdag hebben we voor het eerst een online borrel en pubquiz met alle collega’s! ❤

Written by

Writer & Self help junkie (32) with two books (2018, 2020) in Dutch bookstores. Personal stories (Dutch) and miscellaneous other articles (English).

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store